vrijdag 30 december 2011

Voelt een vis dat hij nat is?

Die vraag uit een preek van Spurgeon (over zondebesef) is altijd bij me blijven hangen. Hij is relevant op veel meer gebieden. In 1996 vroeg Peter Hays ons tijdens een Tyndale cursus die voor mij de eerste doordachte kennismaking met het postmodernisme vormde, naar buiten te kijken en te noemen wat we zagen. Tien minuten lang stapelden we de ene observatie op de andere, tot hij opmerkte: "Waarom heeft niemand van jullie het raam genoemd waardoor je naar buiten keek?" Weken nadien heb ik geworsteld met de taaiheid van een paradigma, een wereldbeeld, dat je zo eigen is dat er geen andere beschouwingswijze mogelijk lijkt. Die exercitie herhaalt zich ook steeds als mijn westerse wereldbeeld botst op een Chinees paradigma. Dan lijkt het soms alsof de werkelijkheid een steentje is dat je tussen je vingertoppen heen en weer draait, zodat het steeds andere lijnen, kleuren en schaduwen vertoont. Hé, dit is ook mooi zo!
Niet altijd zijn zulke wereldbeelden en perspectieven complementair. Er zijn er ook die elkaar uitsluiten. Soms dank je een paradigma af, omdat het langzamerhand teveel niet meer verklaren kan. Soms wijs je een perspectief af omdat je je realiseert dat het te reductionistisch is, teveel belangrijke facetten als onbelangrijk wegzet, de werkelijkheid vertekent of geen ruimte laat voor hoop. Mijn wereldbeeld, het grote verhaal waarin ik woon, dat mijn leven zin en mijn daden richting geeft, is dat van Gods doorbrekende koninkrijk. Het evangelie van het koninkrijk vertelt me dat God deze wereld goed geschapen heeft en dat Hij haar eenmaal (en ik hoop en bid dat dat niet lang meer op zich zal laten wachten) zal herscheppen en ontdoen van alle littekens die onze zonden ons en haar hebben toegebracht. Dat kan en zal Hij doen door de verzoening die Jezus op het kruis gebracht heeft. Het Lam heeft de boekrol uit de hand van Hem die op troon zit aangenomen en is bezig de zegels te verbreken. Nog even, en dan komt ze: die nieuwe wereld waar geen dood en rouw en pijn meer zijn zal. Daar kan ik naar hunkeren als ik, zoals nu, net uit het ziekenhuis kom en gehoord heb dat er toch nog kanker zit in het lichaam van mijn zoon. Maar ook als ik getuige ben van de kanker in onze wereldsamenleving. Die komt uit het hart van mensen en daar hebben de wereldbeelden van onze tijd geen antwoord op. De wereld is niet maakbaar, hoeveel goeds menselijk vernuft ook brengt. Het hart moet vernieuwd worden, wil er hoop zijn.
Mijn hart is vernieuwd en wordt dat elke dag meer door de ontmoeting met Jezus, mijn Verlosser. Jazeker. Ik aarzelde even of ik dat woord wel moest gebruiken. Maar het is teveel werkelijkheid geworden om het achterwege te laten. Verlosser, van schuld, schaamte, angst, de macht van het kwaad die zo vaak sist: Join the dark side, Luke. En straks Verlosser van de duivel en de dood en alle kwaad in hemel en op aarde.
Verlosser ook van de pressie om mezelf als christen en als voorganger te bewijzen. Ik hoef niet meer te bewijzen hoe onmisbaar ik ben. Ik moet doen wat een slinkende kleine minderheid doet: stil zijn in Gods aanwezigheid, zijn Woord overpeinzen, herkauwen; bidden, aanbidden, voorbidden. Mezelf geven in een kleine gemeenschap van mensen die hongerig zijn naar God - om die honger te voeden met kleine beetjes die nog meer honger en hunkering opwekken. Mezelf voeden door lezen, studie en overpeinzing om werkelijk wat te vertellen te hebben of juist om werkelijk te kunnen luisteren. Genieten van de kleinste gemeenschap, mijn gezin, en van schoonheid.
Ik wil geen vis zijn die niet voelt dat hij nat is. Die zich laat meeslepen door de golfstroom van dominante paradigma's, verwachtingen en drukte. Voor God is niet zo belangrijk wat ik doe, maar wie ik ben. Dat maakt verschil in de levens die het mijne raken.

vrijdag 28 oktober 2011

Grote woorden van een kleine profeet

Vorige week is in allerlei kerken over de hele wereld ‘Micha Zondag’ gevierd, onderdeel van de Micha Campagne tegen armoede en onrecht in de wereld. Micha was één van de 'kleine profeten’ in het Oude Testament en tijdgenoot van Jesaja. Jesaja was een neef van koning Hizkia en had toegang tot het hof. Toch zag hij vlijmscherp hoe ongeloof tot onrecht leidde en sprak zich daar ook luid en duidelijk tegen uit. 'Zonde' is niet alleen ongehoorzaamheid aan God, maar ook wat je je medemens onthoudt of berokkent. Micha was een gewone boer en zag van dichtbij wat er met het volk gebeurde. De armen werden uitgebuit door de hebzucht en harteloosheid van de rijken. Gods wet, die de rijken opdroeg te zorgen voor de armen, werd met voeten getreden. Wie schulden maakte, werd uit zijn huis gezet of zelfs tot slaaf gemaakt. Weduwen en wezen genoten geen enkele bescherming meer, ze waren rechteloos en hulpeloos. Rechters en regeerders waren corrupt en spraken vooral de taal van het geld.

Micha was een profeet, een ziener zoals dat toen genoemd werd. Niet alleen omdat zulke mensen bovennatuurlijke dingen zagen, maar omdat ze de gewone dingen zagen met Gods ogen. Profeten liepen niet met hun hoofd in de wolken, maar stonden met beide benen in de modder. Liefde maakt soms blind, maar geloof zeker niet. Micha zag het onrecht en wist dat God het met afschuw zag. Hij voelde het als een loden last die op hem drukte. Daarom kwam hij namens God in opstand tegen de wereld van de vrome rijken, die God 10% gaven van wat zij de armen ontroofden.

Bijbels geloof gaat niet alleen om de hemel, maar ook om de aarde. Die heeft Hij geschapen en zal Hij ook nieuw maken. Gods gerechtigheid gaat niet alleen over de vergeving van mijn schulden, maar ook om wat ik doe aan de schulden van de hulpelozen dichtbij en veraf. Dat maakt het Onze Vader elke keer weer duidelijk. Christenen moeten niet alleen brood en wijn met elkaar delen in de kerk, maar ook water en brood uitdelen in de wereld. Talloze mensen missen niet alleen het ‘levend water’ en het ‘brood des levens’, maar sterven van de honger en de dorst. En vaak zijn wij, zonder het te weten, mede schuldig aan hun dood, omdat zij van hun grond en hun bronnen beroofd worden door grote bedrijven die voor de rijke landen grondstoffen verbouwen. Biobrandstof, suikermaïs en soja in plaats van geiten en gierst.

Micha’s rijken protesteerden: “Maar wat wil God dan van ons? Grotere offers, mooiere rituelen, versieringen in de tempel?” Een enkeling stelde zelfs de onzalige vraag: “Wil God dan kinderoffers?” En Micha kon bijna niet geloven dat Gods volk zo hardleers was: “Niets van dat al! Wat God wil, is dat jullie doen wat goed is voor je medemens en zorgen voor recht en barmhartigheid”.

Als moderne christenen hebben we de laatste honderd jaar een gigantisch gat in ons geloof gehad. We zijn gaan geloven dat wij voor de hemel bestemd zijn en dat zulke aardse zaken als een rechtvaardige samenleving bij de oude bedeling voor Israël hoorden. Zij waren het zand aan het strand, wij de sterren aan de hemel. Liedjes als “This World is not my home, I’m just a-passing through ..”  en “I’ve got a home in gloryland ..” spreken boekdelen. 
Maar Jezus’ woorden in de Bergrede en zijn toespraak over de schapen en de bokken in Mattheüs 25, al zijn verwijzingen naar de armen, laten zich niet op die manier van hun “bite” beroven. Gods wet zou van kracht blijven zolang er een ster aan de hemel staat, en we kunnen alleen het koninkrijk van God binnengaan als onze gerechtigheid groter is dan die van de farizeeërs en schriftgeleerden – gedreven door liefde, omdat Hij ons zelf mateloos heeft liefgehad. Hoe kun je een Scrooge zijn als God je genade op genade geschonken heeft?
God heeft een arm volk uit Egypte verlost en opgedragen net zo ruimhartig voor anderen te wezen als Hij voor hen was. Hij bracht dat samen met zijn discipelen ook in praktijk. Judas beheerde de kas waaruit zij samen aan de armen gaven. Jezus heeft ons in zijn gelijkenis van de twee knechten met een schuld opgedragen net zo ruimhartig schulden van elke soort kwijt te schelden als Hij ons vergeving en nieuw leven gegeven heeft. Jakobus, Jezus' broer, heeft de Bergrede in zijn oren geknoopt als hij schrijft: "Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven." (Jak 1:27) En dat deed de vroege kerk.
Het einde van de Bijbel is niet dat wij naar de hemel gaan en de aarde vergaat, maar dat God naar de aarde komt om onder ons te wonen. Dan komt er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. God, de koning van hemel en aarde, zal recht doen en alle onrecht en ellende uitdrijven.

Liefde maakt blind, maar geloof niet. Echt geloof kan zijn ogen niet sluiten voor alle nood in de wereld. De geestelijke nood, maar ook al het onrecht dat de duivel, de moordenaar sinds het begin van de schepping aanricht door zijn handlangers – en soms zelfs in onze naam. De nood van onze medechristenen in de eerste plaats, maar ook die van anderen. En ja, we moeten dweilen terwijl de duivel de kraan openzet. Dat is barmhartigheid en recht. Die agapè liefde moeten wij, zegt Petrus, niet alleen hebben voor onze geloofsgenoten, maar voor alle mensen. Dat is het kenmerk van het Koninkrijk van God!

maandag 19 september 2011

Hoogtevrees op de oceaan

Family Day in Saramacca
Er is alweer een gat van ruim twee weken gevallen. Time flies. De laatste dagen in Paramaribo waren zo intensief dat er geen tijd overbleef om te bloggen. En eenmaal thuis ging de jetlag over in een adembenemende bronchitis. Die had zich in Suriname al aangekondigd, maar ging hier in de hoge giering met een hoop gereutel en gepiep, plus de laaghangende bewolking die het gevolg is van zuurstofgebrek. Maar we zijn er weer. Elk nadeel heb z'n voordeel, heeft JC ooit gezegd, en dat bleek ook nu weer: ik ben in 1 week 5 kilo afgevallen en dat is meer dan in 1 jaar fitness.
In die futloze week ben ik eindelijk begonnen in een boek waar ik al jaren naar uitkeek: Isaiah's New Exodus in Mark van Rikki Watts (Regent, Vancouver). Ik heb meteen weer energie gekregen! Allerlei draadjes in mijn leesvoer van afgelopen zomer en zelfs de schrijverij van voorgaande jaren kwamen op een verrassende manier bij elkaar. Watts laat in dit boek (zijn dissertatie) op een hele overtuigende manier zien hoe Markus zijn evangelie doelgericht opbouwt vanuit de aanhaling van Maleachi en Jesaja in zijn allereerste verzen. Jezus komt als de beloofde boodschapper en de boodschap, de Verlosser zelf, tegelijk naar zijn volk. Maar de vraag is of dat volk er wel klaar voor is. Maleachi waarschuwt dat zijn komst ook een oordeel kan zijn als het niet klaar is voor de boodschapper. Dat Johannes is afgewezen en vermoord doet meteen al het ergste vermoeden, en dat vermoeden wordt bewaarheid. Jezus treedt naar voren als de verlossende sterke Held, zoals God dat zelf is in Jesaja 40-66. Zoals Jesaja steeds beelden gebruikt uit de Exodus en een nieuwe verlossing aankondigt, zo weeft Marcus dat ook door heel zijn evangelie heen. Het is alsof het evangelie er ineens een dimensie bij krijgt, doordat je nu zo'n 3D bril op je neus krijgt!
Ik las gisteren een verhaal van een oceaanzeiler op de Indische Oceaan. Die vertelde dat het licht daar soms honderden meters in het water doordrong en de zee veranderde in diepe kathedralen van licht, zodat hij er al zeilend zelfs hoogtevrees van kreeg. Dat gevoel herken ik bij het herlezen van Marcus terwijl ik steeds terug blader naar Jesaja - wat een diepte, wat een perspectief! Het is een immens gevoel opgenomen te zijn in het geweldige plan van God om de hele schepping te verlossen door zijn Zoon zoals Hij lang geleden die andere zoon, Israël, verloste uit de slavernij in Egypte. Wat een plan, wat een omvang, wat een reikwijdte heeft die verlossing. En wat mooi om te zien hoe de kerk in Suriname, die zelf worstelt met enorme problemen, daarin met God mee wil werken. Armen horen het evangelie en krijgen ook hulp om staande te blijven. Soup, soap and salvation. Wat een hoop biedt dat evangelie waar Mozes, Jesaja, Marcus, Johannes, Paulus en wij vol van zijn! Wat een voorrecht om in dienst van die God te staan. God has a mission in this world and He has a church to fulfill it (Chris Wright).

maandag 29 augustus 2011

Gods mensenregenboog

Suriname is een land vol verrassingen. Voortdurend lopen de dingen anders dan gedacht en op andere tijden (meestal later). We ontdekten eergisteren waarom: het autoklokje van een van de broeders wees 17.93 uur aan. "Surinaamse tijd" glimlachte hij. Ook vandaag verloopt anders dan gedacht. Ik zou op bezoek gaan bij een broeder die op valse aanklacht al 5 maanden gevangen zit in Commewijne. Maar de bus van de gemeente moest uiterlijk vandaag gekeurd worden, juist vandaag vroeg de overheid de voorganger om allerlei papieren en zo waren er nog meer zaken die de plannen in de war stuurden. Ik heb daardoor onverwacht wat tijd om even te gaan zitten en m'n blog weer eens bij te houden. De afgelopen dagen waren juist zo vol met last minute voorbereidingen en uitvoering dat dat er niet van kwam. 
Zaterdag reden we om 5 uur 's middags met een broeder weg van een training, toen hij vroeg: "En, wat gaan jullie vanavond in de huiskring doen? waar ga je het over hebben?" Leuke verrassing als je steeds is verteld dat je helemaal niets hoeft te doen, maar juist eens moet kijken hoe het allemaal gaat in een kring met Engelstalige Guyanese migrantenvrouwen! Het is mooi hoe je soms merkt dat God ook de kleinste details stuurt. Niet alleen kreeg ik ondanks dat onverwachte heel snel een ingeving waarover te spreken (en dat bleek na afloop heads on te wezen), maar er schoot me ook een liedje te binnen dat ik al heel lang niet meer gezongen had: I have decided to follow Jesus. Om de tekst op te frissen zocht ik het na met Google en ontdekte dat het geschreven was door Sadhoe Sundar Singh, een grote Indiase evangelist. Die avond bleek de helft van de vrouwen een Indiase achtergrond te hebben! Het was een hele bijzondere ervaring, zo'n kring met vooral vrouwen en kinderen van Creoolse en Hindoestaanse achtergrond. We zaten in de warmte van de avond op de veranda van het houten huisje van het gastgezin, we praatten en zongen in een mix van Nederlands, Engels en Negerengels (zo weet ik nu dat tv in die taal wondro ai kassie heet), en ik gaf in het Engels een boodschap door over geestelijke strijd. Die heeft hier wel een aantal kanten die voor ons schokkend nieuw waren. Na afloop praatte ik door met een van de Guyanese vrouwen, Renita,  een diepdonkere hindoestaanse vrouw met stralende ogen die met haar zoontje en dochtertje gekomen was. Ze was met haar man, een moslim, naar Suriname gekomen omdat daar de levenskansen iets beter zijn dan in Guyana. Maar ze woonden in een heel slecht huisje dat bij regen steeds onderliep en waar het wemelde van de ratten. Van al het gedweil en gesop in dat huisje liep zij de ziekte van Weil op. In het christelijke ziekenhuis lag ze op sterven toen er zusters langs kwamen om met haar te praten en te bidden. Ze kwam tot geloof en werd beter. Haar man vond het goed dat ze zich liet dopen en naar de kerk gaat. Maar nog steeds zoekt hij elke avond als ze om 10 uur thuis komt van haar werkhuis ruzie over het geloof. Dan gaat hij naar bed en blijft zij in de kamer met haar bijbeltje bidden om niet bitter te worden en de vrede van God te vinden. Dat, en de armoe en onzekere toekomst voor hun kinderen, is haar geestelijke strijd. De kerk probeert zulke vrouwen niet alleen geestelijk maar ook een klein beetje materieel te helpen. Daar zie je een stukje van het koninkrijk van God en het maakt me blij daar een klein stukje van uit te maken. Wat zijn wij rijk en wat kan een fractie van ons inkomen een verschil maken in het leven van deze mensen - iets betere huisvesting, een beetje medische zorg of onderwijs (haar zoontje Samir straalde dat hij nu eindelijk, met een achterstand van drie jaar, de eerste klas had kunnen afmaken en kon lezen en schrijven)!

Gisteren hebben we een mooie gemeentedag gehad aan de rand van de bush bush. Het was op het weideland van een Nederlandse boerenfamilie die al zes generaties in Suriname woont. Grappig zoals ze helemaal ver-Surinaamst waren. Ze wonen in the middle of nowhere en hun naaste buren zijn zo'n twintig Indiaanse families. Die morgen hielden moeder en drie grote kinderen zondagsschool met zeventig kinderen uit die gemeenschap. Normaal doen ze dat elke vrijdagmiddag. Respect!
Ik had me ingesteld op een bloedhete dag in de buitenland, maar er woei een heerlijk verkoelend windje. We hebben een dienst gehouden onder een zinken dak op palen, met zestig mensen uit twee gemeenten. Er waren Chinezen, Javanen, Creolen, Hindoestanen en natuurlijk die boer met een deel van zijn kinderen. Zo'n verscheidenheid en zo'n eenheid, dat is Gods gemeente, Gods mensenregenboog. Na de dienst werd er in groepjes en persoonlijk met gemeenteleden en leiders gepraat, heerlijke Javaanse nasi en kip gegeten, uitgebreid uitgebuikt en spelletjes gedaan om ze zo steeds beter leren kennen. We komen elkaar steeds nader en praten soms diep door in de hangmat, onder de boom of het afdak. Ze willen heel graag dat wij hen blijven helpen omdat ze zich in een moeilijke situatie bevinden. De komende dagen moeten we de achtergronden nader onderzoeken en dieper steken in de contacten met de leiders die we hebben leren kennen. Dan kunnen we besluiten hoe we hen op de lange duur het beste kunnen helpen en ondersteunen. Je moet dat verstandig doen, maar op elke plek waar je op zendingsreizen komt verlies je een deel van je hart.


woensdag 24 augustus 2011

Er is een tijd voor alles onder de zon

Een mooi woord van de Prediker, ooit zelfs nog op muziek gezet door de Byrds (ja, die van Eight miles high) in het nummer Turn, Turn, Turn. Alles heeft zijn tijd, een tijd om te bouwen en om af te breken, te ploegen en te oogsten, te werken en te rusten. En dus ook een tijd voor een echte siësta op onze eerste middag in Paramaribo. De reis hierheen was goed. We landden in een majestueuze stortbui, wat bijzonder was voor Suriname (het is hier droge tijd), maar ons erg hielp om te acclimatiseren. We werden hartelijk ontvangen en meteen mee naar een bbq genomen om de verjaardag van de vrouw van de voorzitter van het kerkbestuur mee te vieren. Ook al voelden we ons wat brak, het was echt leuk, zoveel verschillende mensen. Die voorzitter is Chinees, zijn vrouw Creoolse, hun vrienden en buren waren Javaans, Hindoestaans, nog meer Creools en een enkele Libanees (denk ik).
De eerste nacht sliep iedereen toch wat rommelig. Je wordt door het tijdverschil wakker rond een uur of vier, dommelt na een hele tijd weer in, en om zeven uur staat iedereen wat verwezen in de keuken naar mekaar te kijken om te constateren dat er alleen maar decaf is. Genoeg om sommigen meteen aan een ontwenningshoofdpijn te krijgen. De eerste expeditie was dus naar de buurtsuper voor echte koffie. En dan moet je natuurlijk de eerste indrukken eens op een rijtje zetten, reflecteren, evalueren. Daarmee konden we vervolgens de briefing in met voorganger Ric Chen van de CAMA gemeente De Rank en Frank Wong, directeur zending CAMA Suriname, een volbloed visionair en strateeg. Ze hebben een stevig programma voor ons neergezet, maar Frank ziet het als een relaxte eerste kennismaking. Het was voor hen een historisch moment om met het eerste team uit CAMA Nederland in de Rank om tafel te zitten. Ze verwachten er heel veel van. Zo veel dat we soms even terug schrokken. Willen we niet veel, verwachten jullie niet te veel? Er zijn heel veel dromen, heel veel plannen, en tegelijk zijn er maar weinig schouders die dat vele werk moeten dragen.
En dat bracht een mooi beeld uit Hosea 14:5v naar boven. Hosea profeteert daar over Israëls herstel na de ballingschap. Ze zullen opnieuw door God gezegend worden en bloeien als een lelie, hun wortels uitstrekken als de Libanon, schaduw geven, geur verspreiden en vrucht dragen. Dat is niet alleen een belofte voor Gods uitverkoren volk, maar ook een vitaal principe voor ons geestelijk leven. Wie goed leest, merkt de vreemde verhouding op tussen een bloempje zo klein als een madelief en de wortels van een ceder die even diep in de grond steken als de kruin van de boom hoog is. De valkuil voor een korte-termijn-zendingsteam is hals over kop te gaan voor het resultaat en de vrucht, projecten en fellowships aan te jagen in de hoop dat ze gecontinueerd worden. Het gevaar is dat de bloei niet langer duurt dan de gemiddelde bos snijbloemen. Het onevenwichtige beeld in Hosea's profetie benadrukt de noodzaak van diepe wortels. In de eerste plaats in de relatie met God van onszelf en de zwaar belaste gemeenteleiders die we komen ondersteunen, en vervolgens in hun huwelijken en andere relaties. Als je diep in God wortelt, zegt Hosea, zul je als volk, gemeente, leider, echtgenoot, vader, vriend of wat je verder ook maar bent, vrucht dragen, geur verspreiden en schaduw bieden tegen de hete middagzon.
Er is een tijd voor alles onder de zon. Mijn calvinistische geweten protesteert niet zo heel erg tegen een siësta. Het heeft zijn rationalisatie: reculer pour mieux sauter. Er is een tijd om te werken en een tijd om te rusten. En een deel van ons werk is om te leren rusten. Daar ga ik nu weer even mee verder, luisterend naar het geruis van de regen - of is het toch de airco? Doet er niet toe, ik geniet er net zo van als van het gekwetter van de parkieten in de bananenboom op het erf naast het huis. God is goed. Op zijn kompas wil ik varen en zijn gedachten achter Hem aan denken.

woensdag 17 augustus 2011

17 augustus 2011 A Journey of a Thousand Miles

.. begins with the first step. Volgende week begin ik samen met zeven vrienden aan een reis die nog wel iets meer dan 1000 mijlen telt. We gaan dan op zendingsreis naar Paramaribo, op uitnodiging van de Chinese CAMA gemeente daar. Die bestaat al ruim dertig jaar en heeft dochtergemeenten gesticht in heel het Caribisch gebied, tot Brazilie toe. Bijzonder is dat ze zich niet alleen gericht hebben op eigen volk, de Chinezen, maar ook werkers onder Javanen, Hindoestanen en Creolen ondersteunen. Wie mogen hen helpen, maar ook van hen gaan leren hoe multiculturele gemeenschappen werken. Dat kunnen we hier in Nederland straks gaan toepassen.
Voor mij past dat perfect in een andere reis en een ander beeld. De afgelopen jaren is het evangelie van het koninkrijk steeds meer open gegaan. De boodschap van Jezus gaat over veel meer dan alleen de redding van onze ziel. Het ging Hem en het gaat mij om de redding van hele mensen - naar geest, ziel en lichaam. Jezus Messias genas als teken van Gods doorbrekende en overwinnende koninkrijk. Dat te ontdekken was al een reuzenstap in mijn eigen geestelijke reis. Maar redding gaat verder en vernieuwt relaties, structuren en tenslotte zelfs de hele schepping. Wij krijgen een nieuw lichaam en de hele schepping wordt nieuw. Onze toekomst is niet met een witte jurk harpend op een wolk, maar wandelend met God op een nieuwe aarde. Werkzaam, creatief, genietend. Onze wedergeboorte is maar de eerste noot van een nieuw lied, dat gaat over de wedergeboorte van de hele kosmos.
Dat evangelie sloot voor Jezus niet alleen Joden in. Iedereen die Hem als Koning erkende en volgde - Jood, Samaritaan of heiden - hoorde bij het ene nieuwe volk van de Messias. Dat is het wonder van de kerk. Dat ik als Hollandse gwei lo verbonden ben met Aziatische, Afrikaanse, Europees-Australisch-Amerikaanse broeders en zusters. Dat ik dus nu als een microcosmos van die komende nieuwe macrocosmos op reis mag gaan met zeven Chinese vrienden (die ook weer uit verschillende werelddelen komen) en in Suriname mag gaan samenwerken met vrienden van weer een ander kleurtje. Dat is Gods regenboog. Dat geeft hoop aan een geestelijk failliete wereld.

Ik grijp deze reis aan om een begin te maken met een weblog, zodat ik jullie deelgenoot kan maken van mijn/onze ervaringen. En hopelijk daarna met jullie van gedachten kan blijven wisselen over die grote, soms angstige maar steeds hoopvolle pelgrimsreis die allemaal aan het maken zijn.